Aan de oever

Aan de oever

AAN DE OEVER

Leiedam

Kijk,
kijk maar verstrooid de plannen
in, gebruik het inzagerecht
in onze ogen, in het verleden
dat wij met de voeten treden,
omdat wij aannemen mogen
dat er toekomst is.
En daarom,
niet te kort door de bocht,
niet te veel ingraven,
in gotische tunnels van tijd,
in kooien van woorden,
in oeverloos gekwetter van letters
en cijfers,
in een stellingenoorlog over leven,
maar elkaar opscheppen
tot we over zand zijn,
tot we overmand zijn,
tot we klaar zijn met de dood.

Tot we neer kunnen vlijen
op banken,
zo lang als aan de kust
waarop je me kust,
en je torenhoge schuld vereffent,
terwijl de regen wegspoelt op terrassen,
en sterren van led ons verlichten,
onder loggia’s van as en liefde.
Tot zolang zal ik
vissen in de vangrail
van je lippen,
en in de meander
van mond op mond
silo’s van liefde
kauwen tot we
samen onverbloemd
meel zijn voor het brood.

© Steven Van de Putte

Foto © Martin De Baerdemaeker