Anti Voetbal

ANTI – VOETBAL

triptiek van de Kouter, deel II

2 juni 2011

Je kus schuurt mijn dromen glad,
als zand uit Picardië. Het verleden
is wat onze tongen graag verdraaien.
De golfvlag van de liefde
kennen we alleen van horen waaien.
Een achttien holes verlangen
wappert zich tussen wangen
als gestolde lucht
van tegenslagen.

Hier staan we dan terug,
met onze rug naar voorbije dagen.
Je zegt, je mag er zelfs op hopen
dat alles vreedzaam zal verlopen.
En ik weet. Dit vat het vroeger samen.

In deze uiteengelegde stad
waar ankerplaatsen geruststellend
grensstellend zijn,
koesteren wij gewoonlijk onze wijken
als lijnrelicten, kinderziekten
van een te late beschaving.

Maar nu, op de vooravond
van een onduidelijke plaatsing,
verlaten wij de coté court/
coté jardin van deze Gentse stad,
de coulissen van aparte landschappen
om op de Kouter louter te supporteren
voor onze manschappen.

Maar je woorden zijn nog niet koud,
vriend, of verwijten slingeren
heen en weer in coca colaflesjes:
het leeggoed van onze beschaving
is niet kieskeurig als het kwetst.

Het Tahrirplein in Caïro,
Het Parelplein in Bahrein, overal
stonden de open vingers
van de stad symbool voor protest
honger naar meer vrijheid.

Hier aan de rand
van een geprojecteerd voetbalveld
moet een anti-held ook zijn
verzetje hebben.

Zo zie je maar hoe een plein,
hoe een deportatieplein
van weleer verworden kan
tot een gemeenplaats
zonder geschiedenis.

Maar troost je.

De dichter is een planoloog, vriend,
hij verhaalt niets op niemand,
hij brengt alleen het gevoel in kaart,
hij leest het plein, hij kleurt het in,
zoekt zijn geluk in overdruk,
in de trage nabestemming
van de poëzie.

© Steven Van de Putte

Foto ©